Nieuw bestuurslid Dick Roozen, directeur Superunie, over gezonde voeding

We gaan het Vinkje dit jaar flink onder de aandacht brengen bij consumenten.’ Dit zegt nieuw bestuurslid Dick Roozen in gesprek met Vinkje Voedingsnieuws. Roozen is als directeur van Superunie verantwoordelijk voor de inkoop van ongeveer een derde van alle supermarktproducten in Nederland. Geloofwaardigheid, Effectiviteit en Toegankelijkheid (GET) van het Vinkje zijn de speerpunten waar hij zich hard voor zal maken. Verschillende initiatieven moeten elkaar versterken, zegt Roozen in reactie op de Boodschapp.
Wat is uw visie op gezonde voeding?
‘Gezonde voeding levert een belangrijke bijdrage aan de gezondheid van de mens. De moeilijkheid is dat de gevolgen van ongezond eten pas op veel langere termijn merkbaar en voelbaar worden. Voorkomen is beter dan genezen, oftewel preventief informeren is beter dan achteraf repareren. Het Vinkje is een grote stap voorwaarts in de voorlichting over en ontwikkeling van gezondere voeding. Industrie, handel, overheid en wetenschap trekken hier gezamenlijk op en nemen hun verantwoordelijkheid. Het Vinkje gaat niet alle problemen oplossen, maar het is wel een prachtig uitgangspunt om een flinke stap voorwaarts te zetten. Met het Vinkje informeren we een brede groep consumenten op een eenvoudige manier over de gezondere keuzes.’
Hoe ziet u de ontwikkeling van het Vinkje in de toekomst?
‘Verschillende partijen trekken nu gezamenlijk op. Vrijwel de gehele supermarktwereld en een groot deel van de voedingsmiddelenindustrie ondersteunen de aanpak van het Vinkje en dragen deze actief uit. Onder strenge controle van de wetenschap en ondersteund vanuit de overheid, is dit een ideale positie om een volgende beweging te maken. En dat is precies wat we gaan doen. Dit jaarzullen we met een enthousiaste club het Vinkje zowel bij potentiële leden maar zeker ook bij de consument flink onder de aandacht brengen.’
Waarvoor gaat u zich hard maken als nieuw bestuurslid?
‘Als bestuurslid wil ik mij vooral hard maken voor wat we noemen de GET-uitgangspunten. Geloofwaardigheid, Effectiviteit en Toegankelijkheid van het Vinkje.
Geloofwaardigheid is van groot belang, daarom heeft de Wetenschappelijke Commissie onder leiding van Jaap Seidell volledige autonomie en ondersteunen we onderzoek naar de effecten van onze activiteiten. Daarnaast willen we transparant zijn over alles wat we doen; enerzijds richting consument, maar ook richting overheid en wetenschap. Het kan geen kwaad om je op dit soort dossiers kwetsbaar op te stellen. Immers, met zijn allen weten we meer dan alleen. Effectiviteit is van belang omdat er al voldoende initiatieven zijn die aandacht en geld kosten, het moet dus wel werken. Op de korte termijn geldt dat voor bijvoorbeeld de inspanningen oftewel investeringen die we doen richting consument, op de langere termijn moet het gaan bijdragen aan de gezondheid van de consument. Toegankelijkheid is van belang omdat letterlijk iedereen er baat bij kan hebben.’
Wat vindt u van de Boodschapp?
‘In beginsel sta ik positief tegenover initiatieven die bijdragen aan het verbeteren van de gezondheid van de consument. Tevens geloof ik dat binnen een steeds transparanter wordende wereld in de ruimste zin van het woord er steeds vaker dit soort initiatieven of diensten zullen worden aangeboden. Zo hebben we recent de nieuwe app van het Voedingscentrum “Eetwijzer” ontvangen die gezonde tips in je agenda plaatst. Ook is er een app die laat zien hoe de ontwikkeling van het gewicht van je kind zich verhoudt tot referentiegroepen. Allemaal goede hulpmiddelen richting een gezondere maatschappij. Het is daarbij wel van belang dat de informatie toegankelijk is voor een brede groep mensen en dus wat mij betreft gratis zou moeten zijn. Ook moet de informatie betrouwbaar, consistent, eenvoudig, snel en on the spot zijn. En als we een beweging willen realiseren, dan is het van belang dat verschillende initiatieven elkaar versterken. Met het Vinkje hebben we een breed draagvlak gecreëerd waarop de handel en industrie, gecontroleerd door de wetenschap en ondersteund vanuit de overheid, verder zullen bouwen.’